Please download to get full document.

View again

of 6
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

Tabel 25.1b Percentage Leidenaren dat meer dan 12 x per jaar aan sport doet, in % van alle Leidenaren

Category:

Healthcare

Publish on:

Views: 5 | Pages: 6

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
25 SPORTDEELNAME De sportdeelname van Leidenaren staat centraal in dit hoofdstuk. Het RSO (Richtlijn Sportdeelname Onderzoek), een landelijk standaardmodel voor onderzoek naar sportdeelname, is als uitgangspunt
Transcript
25 SPORTDEELNAME De sportdeelname van Leidenaren staat centraal in dit hoofdstuk. Het RSO (Richtlijn Sportdeelname Onderzoek), een landelijk standaardmodel voor onderzoek naar sportdeelname, is als uitgangspunt gebruikt. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de sportbeoefening in het algemeen en per doelgroep. Vervolgens wordt gekeken welke sporten worden beoefend en wat de populariteit is van de verschillende sporten per doelgroep. Tot slot komt de vraag aan de orde in hoeverre Leidenaren voldoende bewegen Sportbeoefening Acht op de tien Leidenaren hebben in de afgelopen 12 maanden aan sport gedaan. Iets meer dan vier op de tien Leidenaren sporten wekelijks of vaker. Het landelijke standaardmodel definieert het percentage sporters als iedereen die jaarlijks 12x of vaker sport. Dit is 73% van alle Leidenaren. Vergeleken met voorgaande metingen, sporten steeds meer Leidenaren. Vooral het aandeel Leidenaren dat onregelmatig sport is vergeleken met 2011 toegenomen. Tabel 25.1a Frequentie sportbeoefening, in procenten van alle Leidenaren* nooit 32% 33% 33% 26% 20% incidenteel (1-11x per jaar) 3% 3% 3% 8% 7% onregelmatig (12-59x per jaar) 24% 26% 26% 23% 30% regelmatig (60-119x per jaar) 1 20% 1 24% 24% intensief (120x of vaker per jaar) 23% 18% totaal 100% 100% 100% 100% 100% Hoger opgeleiden doen beduidend meer aan sport (83%) dan lager opgeleiden (37%). Daarnaast doen jongeren vaker aan sport dan ouderen, maar ook 65-plussers sporten relatief vaak (58% twaalf keer of meer per jaar). Vergeleken met 2011 zijn vooral Leidenaren tot 35 jaar en 65-plussers meer gaan sporten. Ook vrouwen zijn veel meer aan sport gaan doen. De sportparticipatie van jongeren lag bij eerdere metingen ook al hoger, die van 65-plussers was altijd lager. Tabel 25.1b Percentage Leidenaren dat meer dan 12 x per jaar aan sport doet, in % van alle Leidenaren totaal 6 64% 64% 66% 73% geslacht man 66% 68% 66% 70% 72% leeftijd vouw 64% 62% 62% 62% % 72% 82% 68% 80% % 71% 73% 83% opleiding % 68% 71% 76% lager 44% 47% 41% 38% 37% % 58% 68% 6 middelbaar 6 62% 64% 67% % 38% 38% 38% 58% hoger 74% 74% 73% 76% 83% 8 Er dient rekening mee te worden gehouden dat de Stadsenquête voor de groep jaar wat minder betrouwbaar is, door de heterogeniteit (student/niet student), de bereidheid om mee te werken aan een onderzoek en in de steekproefomvang. Stadsenquête Leiden 25.2 Meest beoefende sporten naar doelgroep De sporten die het meest worden beoefend, zijn respectievelijk fitness/ cardio/ kracht, hardlopen, zwemsport, fiets- en wielersport en wandelsport. Het aandeel Leidenaren dat een van deze sporten heeft beoefend, is de laatste jaren gestaag toegenomen. Dit geldt ook voor de sporten die iets minder vaak worden bedreven. Tabel 25.2a Beoefende sporten, in procenten van alle Leidenaren, * fitness/ cardio/ kracht 24% 26% 24% 28% 31% 2. hardlopen 14% 14% zwemsport 4. wielrennen/ MTB/ toerfietsen 11% 10% 10% 1 5. wandelsport 6% 6% 6% 14% 6. tennis 8% 8% 7. schaatsen 1% 1% 3% 8% 8. skiën/ langlaufen/ snowboarden 2% 2% 2% 4% 7% 9. bowling 0, 0, 1% 2% 7% 10. veldvoetbal 4% 3% 6% 11. aerobics/ steps 2% 3% 6% 12. danssport 3% 2% 2% 4% 6% 13. biljart/ poolbiljart/ snooker 1% 0, 1% 3% 6% 14. squash 4% 1% 4% 4% 15. golf 2% 3% 2% 3% 4% 16. zeilen/ surfen 3% 2% 2% 3% 4% 17. klimsport/ bergwandelen 0, 1% 1% 2% 4% 18. zaalvoetbal 1% 1% 1% 3% 3% 19. skeeleren/ skaten 3% 1% 1% 2% 3% 20. hockey 2% 2% 1% 2% 3% 21. tafeltennis 2% 3% 22. volleybal 2% 1% 1% 2% 3% 25. roeien 2% 2% 2% 2% 3% 24. vecht- en verdedigingssporten 2% 2% 1% 2% 2% 25. badminton 2% 1% 1% 2% 2% 26. bridge 1% 0, 1% 2% 2% 27. duiksport 1% 0, 1% 1% 2% 28. basketbal 1% 0, 1% 2% 1% 29. gymnastiek / turnen 1% 1% 30. atletiek 1% 1% Naar doelgroep Tabel 25.2b geeft een overzicht van de populariteit van de verschillende sporten naar doelgroep. In het algemeen sporten jongeren, hoger opgeleiden en de hogere inkomensgroepen relatief meer en ouderen en lager opgeleiden minder. Meer specifiek is te zien dat vrouwen relatief vaker doen aan aerobics, dansen, fitnessen en zwemmen en mannen vaker aan veldvoetbal, biljarten, squashen en wielrennen. Jongeren tot 25 jaar doen vaker aan fitness, hardlopen, dansen, veldvoetbal en biljarten en 65-plussers wandelen vaker. 164 Stadsenquête Leiden 2013 Tabel 25.2b Meest beoefende sporten, naar doelgroepen, afwijking ten opzichte van het gemiddelde* sekse leeftijd opleiding inkomen totaal man vrouw lager middelbaar hoger fitness/ cardio/ kracht 31% hardlopen zwemsport wielrennen/ MTB/ toerfietsen wandelsport 14% tennis schaatsen 8% bowling 7% skiën/langlaufen/snowboarden 7% aerobics/ steps 6% biljart/ poolbiljart/ snooker 6% danssport 6% veldvoetbal 6% golf 4% klimsport/bergwandelen 4% squash 4% geen enkele sport 20% * De tabel presenteert alleen de meest beoefende sporten. Hierbij geven de plussen en minnen een indicatie van de verschillen tussen de doelgroepen. Indien het totaalpercentage meer dan 7% bedraagt, betekent een +/- bij de doelgroepen een afwijking van 3%. Als het totaalpercentage 6% of minder bedraagt, betekent een +/- een afwijking van 2%. Dit alles bij een betrouwbaarheidsmarge van Sportfrequentie en organisatorisch verband Sportbeoefenaars is voor de sporten die ze beoefenen gevraagd aan te geven hoe vaak ze deze sport beoefenen en in welk verband. Uitgaande van de (maximaal drie) meest beoefende sporten per persoon geeft gemiddeld een kwart van de Leidenaren aan regelmatig tot intensief bezig te zijn met sport(en). Fitness, veldvoetbal, hardlopen, tennis en wielrennen worden het meest intensief beoefend, schaatsen maar ook zwemmen duidelijk minder. In de periode tot 2011 is gekeken naar de frequentie van alleen de meest beoefende sport. Op hoofdlijnen is dit beeld niet veranderd. Grafiek 25.3a Frequentie van sportbeoefening van de meest beoefende sporten (maximaal drie) % 50% 26% fitness/ cardio/ kracht 32% veldvoetbal 30% 44% 26% hardlopen/ joggen/ trimmen 28% tennis 28% 4 23% wielrennen/ MTB/ toerfietsen 27% 4 24% wandelsport 22% 23% aerobics/ steps 21% 63% 16% zwemsport 52% 36% schaatsen 4% 20% 76% 0% 2 50% 7 100% regelmatig of intensief ( 60 keer) onregelmatig (12-59 keer) incidenteel (1-11 keer) Stadsenquête Leiden Als wordt uitgegaan van de (maximaal drie) meest beoefende sporten per persoon, vindt van alle sporten in ongeorganiseerd verband plaats en bij een vijfde tot een kwart is sprake van verenigingsverband. De overige Leidenaren geven aan in commercieel () of in een ander verband (11%) te sporten. Hockey, tennis en veldvoetbal vinden vooral in verenigingsverband plaats. Hardlopen, wandelen, wielrennen, schaatsen, zwemmen en skiën zijn sporten die vooral ongeorganiseerd worden uitgeoefend. Vergeleken met 2011 is het beeld op hoofdlijnen gelijk gebleven. Grafiek 25.3b Vorm van sportbeoefening naar de meest beoefende sporten (maximaal drie), in procenten % 11% fitness / cardio / kracht 3 3 hardlopen 90% wandelsport 87% 7% wielrennen / mountainbike / toerfietsen 87% 8% tennis 6 zwemsport (excl. waterpolo) 80% 10% danssport 3 22% 26% veldvoetbal 27% 64% aerobics / steps 3 42% 14% hockey 97% skiën / langlaufen / snowboarden 73% 18% schaatsen 81% squash 62% 20% 6% 0% 2 50% 7 100% ongeorganiseerd vereniging commercieel anders 25.4 Beoordeling van sportmogelijkheden en sportvoorzieningen Als de Leidenaren de sportmogelijkheden voor henzelf met een rapportcijfer moeten beoordelen, dan geven zij gemiddeld een 7,2 hiervoor. Bij circa de helft van de huishoudens in Leiden wordt gebruik gemaakt van een sportvoorziening. Wanneer Leidenaren een cijfer moeten geven voor het aantal en de kwaliteit van de sportvoorzieningen en gebouwen, dan krijgen deze gemiddeld respectievelijk een 7,3 en een 7,2. Van de Leidenaren is 5 tot 7% ontevreden over de sport-mogelijkheden en over de sportvoorzieningen in Leiden, gezien de onvoldoende die zij hebben gegeven. Grafiek 25.4a Beoordeling van de sportmogelijkheden en de hoeveelheid en de kwaliteit van de sportvoorzieningen en de gebouwen (excl. geen mening) sportmogelijkheden 7% 34% 38% 5 of lager 6 aantal sportvoorzieningen en gebouwen 36% 37% 7 8 kwaliteit sportvoorzieningen en gebouwen 1 43% 31% 6% 9 of hoger 0% 2 50% 7 100% Vergeleken met 2011 is men iets negatiever over de sportmogelijkheden en juist weer iets positiever over de hoeveelheid en de kwaliteit van de sportvoorzieningen en gebouwen. 166 Stadsenquête Leiden 2013 Tabel 25.4b Gemiddeld rapportcijfer sportmogelijkheden en hoeveelheid en kwaliteit sportvoorzieningen en gebouwen (excl. geen mening), * sportmogelijkheden 7,3 7,4 7,2 aantal sportvoorzieningen en gebouwen 7,1 7,3 7,3 7,4 7,2 7,2 7,3 kwaliteit sportvoorzieningen en gebouwen 6,9 7,0 6,9 7,1 7,1 7,0 7,2 Er zijn maar weinig Leidenaren die dit jaar verbetertips hebben gegeven voor de sportmogelijkheden in Leiden. Het zwembad wordt het meest genoemd (11 keer). Ook zijn er maar weinig Leidenaren die voorzieningen missen. Een sporthal en een zwembad zijn elk door zes Leidenaren naar voren gebracht Lichaamsbeweging Voor een goede gezondheid is het belangrijk om voldoende te bewegen. De norm voor Nederlanders van 18 jaar en ouder is dat zij op minimaal 5 dagen in de week minstens 30 minuten matig intensief actief zijn (norm gezond bewegen) of dat zij minimaal op 3 dagen in de week minstens 20 minuten zwaar intensief actief zijn (fitnorm) 9. Dit heet de Combinatienorm. Ruim de helft van de Leidenaren () beweegt minimaal vijf dagen per week minimaal 30 minuten, een derde (34%) is minimaal drie keer per week zwaar intensief bezig met lichaamsbeweging. Twee op de drie Leidenaren voldoen aan de Combinatienorm. Tabel 25.5a 30 minuten matig intensief (norm gezond bewegen) 20 minuten zwaar intensief (fitnorm) Aantal dagen / keren per week dat men matig en zwaar intensief actief is, in procenten % voldoet aan norm aantal dagen per week totaal 8% 6% 10% 11% 10% 1 23% 100% aantal keren per week totaal 34% 2 20% 21% 7% 2% 3% 100% Jongeren scoren duidelijk beter als het gaat om het voldoen aan de Norm Gezond Bewegen, de Fitnorm en de Combinatienorm. Daarnaast is in onderstaande tabel te zien dat mannen iets meer dan gemiddeld voldoen aan de criteria die worden gesteld bij de Fitnorm. 65-Plussers voldoen nog wel aan de Norm Gezond Bewegen maar wat de Fitnorm betreft is het aandeel 65-plussers dat aan de norm voldoet lager dan gemiddeld. 9 De Norm gezond bewegen is voor 55- en 55+ gelijk, alleen de definitie van matig intensief bewegen is volgens de officiële definitie voor beide groepen verschillend. Hier is in bovenstaande vergelijking geen rekening mee gehouden. Stadsenquête Leiden Tabel 25.5b Percentage dat voldoet aan combinatienorm (norm gezond bewegen of fitnorm), NGB FIT Combi NGB FIT Combi totaal % 27% 66% geslacht totaal % 38% 6 man 54% 38% 67% totaal % 67% vrouw 58% 30% 66% leeftijd opleiding % 44% 7 lager 58% 33% 67% % 3 64% middelbaar 58% 36% % 32% 6 hoger 54% 33% % 30% 64% % 28% 64% 168 Stadsenquête Leiden 2013
Similar documents
View more...
Search Related
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks
SAVE OUR EARTH

We need your sign to support Project to invent "SMART AND CONTROLLABLE REFLECTIVE BALLOONS" to cover the Sun and Save Our Earth.

More details...

Sign Now!

We are very appreciated for your Prompt Action!

x