Please download to get full document.

View again

of 33
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

De invloed van culturele waarden en overtuigingen op de motivatie van Oost-Aziatische leerlingen

Category:

Politics

Publish on:

Views: 13 | Pages: 33

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
De invloed van culturele waarden en overtuigingen op de motivatie van Oost-Aziatische leerlingen Bachelorscriptie Onderwijskunde Universiteit van Amsterdam Naam: Edwin Buijs Studentnummer: Begeleider:
Transcript
De invloed van culturele waarden en overtuigingen op de motivatie van Oost-Aziatische leerlingen Bachelorscriptie Onderwijskunde Universiteit van Amsterdam Naam: Edwin Buijs Studentnummer: Begeleider: Dr. M. Alkan Datum: 6 juni 2013 Abstract East-Asian students are renowned to be high achievers and highly motivated. This literature study approaches the success phenomenon of the East-Asian students from a cultural and motivational perspective. The main research question is: What is the influence of cultural values and beliefs on the motivation of East-Asian students?. According to the literature East-Asian students are mainly motivated by their adherence to the value of filial piety, by the value they attach to education as an instrument of social mobility and as a means to achieve self-perfection, and by the belief that effort is far more important in academic success than ability. It appears that the usual theory on motivation, in which a Western individualist perspective is predominant, does not seem to describe adequately this phenomenon in an East- Asian context. Whereas in the usual theory on motivation, individual choice and autonomy is regarded as paramount in the development of intrinsic motivation, motivation in an East- Asian context appears to have an important social dimension to it. If the West intends to learn from the East to improve the motivation of Western students, it should be cautious of the fact that some East-Asian values underlying their practices to increase students motivation are incompatible with Western values. It is argued that the motivation of Western students could be increased by appreciating family values and stimulating in the students a belief that effort in their studies will eventually pay off. More research is needed on the possible drawbacks of the East-Asian students success. Inhoudsopgave 1. Inleiding Probleemstelling Methodologische overwegingen Achtergrond en theoretisch kader Achtergrond van het succes van Oost-Aziatische leerlingen Theoretisch kader: de invloed van cultuur op leermotivatie Oost-Aziatische culturele waarden en overtuigingen Collectivisme en confucianisme Kinderlijke piëteit De waarde van onderwijs en geloof in de doorslaggevendheid van inspanning De leermotivatie van Oost-Aziatische leerlingen Het verband tussen kinderlijke piëteit en leermotivatie Het verband tussen de waarde die gehecht wordt aan onderwijs en leermotivatie Het verband tussen de overtuiging van de doorslaggevendheid van inspanning en leermotivatie Intrinsieke en extrinsieke motivatie Discussie en analyse Conclusie Literatuuroverzicht... 27 1. Inleiding 1.1 Probleemstelling De opkomst en het economisch succes van Oost-Aziatische landen als Japan en China heeft veel bewondering en belangstelling gewekt in de westerse wereld. Dit succes wordt mede in verband gebracht met het succes van Oost-Aziatische leerlingen op internationale tests als PISA (Programme for International Student Assessment) en TIMSS (Trends in International Mathematics and Science Study) (e.g., Ho, 2009; Leung, 2006; Mullis, Martin & Foy, 2008; Mullis, Martin, Foy & Arora, 2012). Oost-Aziatische leerlingen staan ook bekend als sterk gemotiveerd (e.g., Fuligni, 2001; Niles, 1995). Sommige westerse landen zoeken de oorzaak van dit succes mede in de in deze landen gehanteerde onderwijsmethoden, en hopen hieruit inspiratie op te doen om dergelijke onderwijspraktijken ook in hun eigen land te gebruiken. Maar er bestaan aanwijzingen dat met name culturele factoren ten grondslag liggen aan het succes en de motivatie van deze leerlingen. De leermotivatie van leerlingen vormt een belangrijke factor in de toewijding aan hun studie en de tijd die zij in hun studie investeren. Deze motivatie wordt doorgaans gecategoriseerd als hetzij extrinsieke motivatie hetzij intrinsieke motivatie. Leerlingen zijn extrinsiek gemotiveerd wanneer zij leren om daarmee een doel te bereiken dat losstaat van dit leren zelf. Zij zijn intrinsiek gemotiveerd wanneer zij gemotiveerd zijn om het leren zelf, met interesse in de leerstof en plezier in het leren. Intrinsieke motivatie wordt verbonden met kwalitatief hoogwaardige leeruitkomsten (Van der Veen & Peetsma, 2009). Dit literatuuronderzoek benadert het fenomeen van de succesvolle Oost-Aziatische leerlingen vanuit de invalshoek van culturele waarden en overtuigingen en hun invloed op de leermotivatie van deze leerlingen; de hoofdvraag luidt: Wat is de invloed van culturele waarden en overtuigingen op de motivatie van Oost-Aziatische leerlingen? Dit literatuuronderzoek kan een bijdrage leveren aan de theorie rond leermotivatie door de aandacht te richten op de vraag in hoeverre deze theorie kan worden toegepast in een Oost- Aziatische context; met andere woorden: in hoeverre deze theorie cultuurafhankelijk is. Daarnaast heeft het ook een praktische relevantie, gezien een beter inzicht in de factoren die ten grondslag liggen aan het succes van Oost-Aziatische leerlingen handvatten zou kunnen bieden om de motivatie en daarmee de prestaties van leerlingen uit niet-oost-aziatische landen te verbeteren, wat een uitkomst zou kunnen bieden gezien de moeilijkheden die men in het Westen doorgaans ervaart bij het motiveren van leerlingen. Allereerst zullen enkele methodologische overwegingen worden besproken. In hoofdstuk 2 zal in worden gegaan op de achtergrond van het succes van Oost-Aziatische leerlingen en zal 1 algemene theorie besproken worden over de invloed van culturele factoren op leermotivatie. In hoofdstuk 3 zullen de Oost-Aziatische culturele waarden en overtuigingen worden besproken die relevant zijn voor de leermotivatie van leerlingen uit deze culturen. In hoofdstuk 4 zal in worden gegaan op hoe deze waarden en overtuigingen van invloed zijn op de leermotivatie van Oost-Aziatische leerlingen. In de discussie zal aandacht worden besteed aan de implicaties van de resultaten van dit literatuuronderzoek voor de theorie en de praktijk en zal een voorstel worden gedaan voor verder onderzoek. 1.2 Methodologische overwegingen Bij dit literatuuronderzoek zijn een aantal methodologische overwegingen komen kijken, welke hier zullen worden besproken. Ook zal de wijze waarop de literatuur is verzameld worden besproken. De hoofdvraag van het literatuuronderzoek luidt: Wat is de invloed van culturele waarden en overtuigingen op de motivatie van Oost-Aziatische leerlingen?. De drie deelvragen luiden respectievelijk: Wat is de invloed van cultuur op leermotivatie?, Welke culturele waarden en overtuigingen zijn van relevantie voor de motivatie van Oost-Aziatische leerlingen?, en Hoe zijn deze culturele waarden en overtuigingen van invloed op de motivatie van Oost- Aziatische leerlingen?. Voor de eerste twee deelvragen zijn hoofdzakelijk theoretische artikelen gebruikt, en voor de laatste deelvraag hoofdzakelijk artikelen over empirisch onderzoek. Bij het zoeken van de literatuur is voornamelijk gebruik gemaakt van Google scholar. Eerst is breed gezocht met algemene zoektermen als East Asian students success en East Asian students motivation ; dit werd gedaan om een beeld te krijgen van wat er met betrekking tot dit fenomeen is gepubliceerd en om vaak terugkerende concepten en (sub)onderwerpen te kunnen onderscheiden, welke de grondslag zouden gaan vormen van de paragraafindeling van de hoofdstukken. Daarna zijn aan de hand van deze concepten en onderwerpen specifiekere zoekopdrachten uitgevoerd, zoals East Asian students filial piety en East Asian students effort ability. Van veel geciteerde onderzoeken, zoals dat van Hess en Azuma (1991), is geprobeerd om de primaire bron te vinden; in de gevallen waarin dit niet is gelukt, is de secundaire bron gebruikt. Verder is het boek The Chinese Learner van Watkins en Biggs aangeschaft, literatuur gezocht in de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam, en is gebruik gemaakt van het sneeuwbaleffect. De empirische literatuur is op basis van de methodesecties beoordeeld op betrouwbaarheid, en de validiteit is beoordeeld door na te gaan of de conclusies uit de onderzoeken logisch volgden op de resultaten. 2 Een van de dilemma s die zich voordeed was de vraag welke Oost-Aziatische landen bij het onderzoek betrokken dienden te worden en in hoeverre de conclusies in het onderzoek gegeneraliseerd konden worden naar deze landen. In de literatuur met betrekking tot het succes van Oost-Aziatische leerlingen en de achtergronden hiervan bestaat er overeenstemming over dat vooral gekeken dient te worden naar landen met een confucianistisch cultureel erfgoed (Confucian Heritage Cultures), waaronder doorgaans China, Japan, Korea, Taiwan, Hong Kong en Singapore worden gerekend. Hoewel deze landen elementen van de confucianistische cultuur met elkaar gemeen hebben en in de literatuur op dit gebied conclusies over leerlingen van een van deze landen vaak ook geldig worden geacht voor de overige landen, dient men toch voorzichtig te zijn met het al te gemakkelijk generaliseren van de in dit literatuuronderzoek besproken bevindingen met betrekking tot leerlingen en studenten uit specifieke landen naar leerlingen en studenten uit de overige landen. Waar mogelijk is aangegeven in hoeverre bevindingen over een specifiek land generaliseerbaar zijn naar andere landen. Gezien Oost-Aziatische emigranten en hun kinderen ook onderdeel uitmaken van het succesfenomeen, is besloten om ook hen bij het onderzoek te betrekken. Wanneer er in dit literatuuronderzoek in het algemeen wordt gesproken over Oost-Aziatische leerlingen, worden daar ook deze emigranten en hun kinderen onder gerekend. 3 2. Achtergrond en theoretisch kader 2.1 Achtergrond van het succes van Oost-Aziatische leerlingen Leerlingen uit Oost-Aziatische landen als China, Japan, Zuid-Korea, Taiwan en Singapore staan bekend als gemotiveerd, ijverig en goedpresterend. Zij baren veel opzien door hun hoge prestaties op internationale tests als die van TIMSS en PISA. Zij laten hierbij leerlingen uit veel westerse landen ver achter zich. Zij excelleren met name op het gebied van wiskunde. In de vijf opeenvolgende afnamen van de TIMSS-test in de periode van 1995 tot en met 2011 zijn de Oost-Aziatische landen telkens weer goed gerepresenteerd geweest in de top 5 van bestpresterende landen (Leung, 2006; Mullis, Martin & Foy, 2008; Mullis, Martin, Foy & Arora, 2012). Ook in de PISA-tests behoren Oost-Aziatische landen tot de toppresteerders (Ho, 2009). Maar dit succesfenomeen beperkt zich niet tot leerlingen met een Oost-Aziatische nationaliteit; ook kinderen van Oost-Aziatische emigranten presteren bovengemiddeld. Zo vallen Amerikaanse leerlingen van (Oost-)Aziatische afkomst minder vaak uit van school, hebben zij hogere percentages geslaagden in het voortgezet onderwijs, zijn zij bovengemiddeld gerepresenteerd in programma s voor begaafde leerlingen en ondergerepresenteerd in programma s voor leerlingen met leerproblemen, zijn zij beter voorbereid op het hoger onderwijs, en zijn zij vaak meer gemotiveerd (Fuligni, 2001; Kember, 2000; Niles, 1995). Aziatisch-Amerikaanse leerlingen presteren niet alleen op hetzelfde niveau als Europees-Amerikanen maar presteren vaak zelfs nog beter, met name wat betreft wiskunde en science-vakken (vakken als natuurkunde en scheikunde) (e.g., Asakawa & Csikszentmihalyi, 1998). Hiermee vormen zij in de Verenigde Staten een opmerkelijk contrast met leerlingen van andere minderheden, zoals de Afro-Amerikanen en de Latijns-Amerikanen die juist moeite hebben om mee te komen in het Amerikaanse onderwijs (Asakawa & Csikszentmihalyi, 1998). Net als andere leerlingen uit minderheidsgroepen, hebben ook sommige Amerikaanse leerlingen van Oost-Aziatische afkomst te maken met armoede en met een gebrekkige blootstelling aan de Engelse taal, maar in tegenstelling tot de andere minderheidsgroepen ondervinden de Aziatisch-Amerikaanse leerlingen er niet tot nauwelijks hinder van (Schneider & Lee, 1990). Het succes van Oost-Aziatische landen op het gebied van onderwijs heeft sommige westerse landen ertoe aangezet om naar de in Oost-Aziatische landen gehanteerde onderwijsmethoden te kijken voor inspiratie om hun onderwijssysteem te verbeteren (e.g., Leung, 2001). Maar kunnen deze onderwijsmethoden het succes van deze leerlingen het beste verklaren? Ondermeer het feit dat ook kinderen van Oost-Aziatische emigranten, die geen onderwijs hebben genoten in een Oost-Aziatisch land, succesvol zijn in het onderwijs, is een 4 aanwijzing dat de verklaring mogelijk elders dient te worden gezocht, namelijk op genetisch of op cultureel gebied. Asakawa en Csikszentmihalyi (1998), Biggs (1998) en Sue en Okazaki (1990) bespreken enkele onderzoeken die het succes van Oost-Aziatische leerlingen toeschrijven aan genetische factoren; een theorie op dit gebied is bijvoorbeeld dat het Chinese volk extra geëvolueerd zou zijn ten gevolge van de zware omstandigheden waarin het zich bevond ten tijde van de IJstijd (Biggs, 1998). Er is echter veel kritiek op deze verklaringen (e.g., Biggs, 1998; Sue & Okazaki, 1990). De culturele verklaring heeft meer aanhangers (e.g., Asakawa & Csikszentmihalyi, 1998). Alvorens dieper zal worden ingegaan op deze culturele verklaring, zullen in de volgende paragraaf eerst enkele algemene theorieën worden besproken over de invloed van cultuur op leren en motivatie. 2.2 Theoretisch kader: de invloed van cultuur op leermotivatie Om een inzicht te verkrijgen in de wijze waarop cultuur van invloed kan zijn op de leermotivatie van leerlingen, is het ten eerste van belang om te bepalen hoe deze twee concepten zich tot elkaar verhouden. Hierbij komt de ecologische systeemtheorie van Bronfenbrenner (1994) van pas. Motivatie kan worden beschouwd als een eigenschap van de leerling. De wijze waarop deze motivatie tot stand komt en de aard van de motivatie wordt bepaald door de waarden en overtuigingen die deze leerling heeft (Eaton & Dembo, 1997). Deze waarden en overtuigingen worden op hun beurt door middel van socialisatie op de leerling overgebracht door zijn micro-omgeving (Asakawa & Csikszentmihalyi, 1998), waarin zijn directe familieleden een sleutelrol spelen. De uiteindelijke bron van (de meeste van) deze waarden en overtuigingen is de cultuur, die onderdeel uitmaakt van het overkoepelende macro-niveau (Li, 2005; Schneider & Lee, 1990; Wlodkowski & Ginsberg, 1995). Wentzel (1999) beschrijft aan de hand van twee mechanismen op welke wijze socialisatie, waarvan de overdracht van culturele waarden en overtuigingen een belangrijk onderdeel uitmaakt, invloed kan uitoefenen op de leermotivatie van leerlingen. Ten eerste leren kinderen door middel van sociale interacties wat er door hun omgeving van hen wordt verwacht, en daarmee welke waarden zij dienen te omarmen of ontwikkelen en na te streven om een geaccepteerd onderdeel uit te kunnen maken van deze omgeving. Dit kan geschieden door verbale interactie met mensen uit hun sociale omgeving, maar ook door uitsluitend hun gedrag te imiteren. Ten tweede is de kwaliteit van de relatie van kinderen met de mensen uit hun sociale omgeving van belang. Hoe beter deze kwaliteit is, des te groter is de kans dat de kinderen de verwachtingen en doelen internaliseren die worden gewaardeerd door de mensen 5 uit hun sociale omgeving. Wentzel (1999) geeft een verdere specificering van manieren waarop socialisatie invloed kan uitoefenen op de leermotivatie van kinderen: er kan sprake zijn van introjection of van identification. Van introjection is sprake wanneer een kind een bepaald doel nastreeft om er een beloning mee in de wacht te slepen of om er een straf mee te ontlopen, om anderen een plezier te doen, en om op die manier zijn gevoelens van eigenwaarde te verhogen. Van identification is sprake wanneer het kind het doel heeft geïnternaliseerd, waardoor het van persoonlijke waarde voor hem is geworden. Naast theorieën die direct of indirect aandacht besteden aan mechanismen die een rol zouden kunnen spelen in de invloed van culturele waarden en overtuigingen op motivatie, bestaan er ook theorieën die verschillen in de hoeveelheid of de aard van motivatie tussen verschillende culturen proberen te verklaren. Een voorbeeld van een dergelijke theorie, is die van McClelland (in Niles, 1995). Hij was geïnspireerd door Weber, die met zijn protestantse werkethiek hypothese een culturele verklaring bood voor verschillen in productiviteit tussen landen. McClelland stelt dat cross-culturele verschillen in de behoefte om te presteren (aangegeven met het symbool N Ach ) zijn toe te schrijven aan verschillen in persoonlijkheidseigenschappen die voortkomen uit cultuurspecifieke socialisatiepraktijken. McClellands opvatting luidt dat een individualistische cultuur met veel aandacht aan het ontwikkelen van een sterk gevoel van eigenwaarde verband houdt met een hoog niveau van N Ach. Deze theorie is gekritiseerd vanwege zijn aanname dat motivatie om te presteren in hoofdzaak een individualistisch fenomeen is. Maehr en Nicholls (in Niles, 1995) stellen bijvoorbeeld voor om motivatie om te presteren te beschouwen in de context van specifieke culturen en om onderscheid te maken tussen verschillende soorten motivatie, waaronder vaardigheidgeoriënteerde, taakgeoriënteerde, en op sociale goedkeuring georiënteerde motivatie om te presteren. De afgelopen decennia is gaandeweg meer aandacht gekomen voor cultuurspecifieke vormen van motivatie. Markus en Kitayama (1991) hebben bijvoorbeeld motivatie belicht vanuit een onderscheid tussen culturen die gericht zijn op onafhankelijkheid (zoals de dominante cultuur in de Verenigde Staten en in Noord-Europa) en culturen die gericht zijn op onderlinge afhankelijkheid (zoals culturen in Azië, Afrika, Latijns Amerika en tot op zekere hoogte ook in Zuid-Europa). In de gebruikelijke westerse theorieën over motivatie worden met name persoonsgebonden factoren zoals een gevoel van autonomie en een wil om ergens in uit te blinken, ergens beter in te zijn dan anderen, als belangrijke elementen beschouwd met betrekking tot motivatie. Hoewel dit in een individualistische cultuur met een nadruk op de waarde van onafhankelijkheid past, bestaan er sterke twijfels of het ook opgaat voor meer 6 collectivistische culturen met een nadruk op onderlinge afhankelijkheid. Markus en Kitayama (1991) geven aan dat in collectivistische culturen motivatie een belangrijke interpersoonlijke component bevat waar in de westerse theorieën over motivatie niet tot nauwelijks aandacht naar uitgaat. Op basis van het bovenstaande kan geconstateerd worden dat culturele waarden en overtuigingen, die door middel van socialisatie op kinderen worden overgebracht, van invloed kunnen zijn op de manier waarop leermotivatie tot stand komt. Er bestaan bijvoorbeeld aanwijzingen dat de aard van motivatie kan verschillen tussen culturen waarin onafhankelijkheid wordt gewaardeerd en culturen waarin juist aan onderlinge afhankelijkheid de meeste waarde wordt gehecht. In hoofdstuk 3 zullen de waarden en overtuigingen worden besproken die een belangrijke rol spelen in de leermotivatie van Oost-Aziatische leerlingen. 7 3. Oost-Aziatische culturele waarden en overtuigingen In dit hoofdstuk zullen enkele waarden en overtuigingen worden besproken die het meest worden genoemd in de literatuur als belangrijke factoren in de leermotivatie van Oost- Aziatische leerlingen: kinderlijke piëteit, een besef van de waarde van onderwijs en een geloof in de doorslaggevendheid van inspanning in studiesucces. Deze zullen worden toegelicht in het kader van de overkoepelende culturen, namelijk het collectivisme en het confucianisme, en de historische context. Alvorens op de waarden en overtuigingen zal worden ingegaan, zullen allereerst het collectivisme en het confucianisme in het algemeen worden besproken, en zal worden uitgelegd hoe deze zich tot elkaar verhouden. 3.1 Collectivisme en confucianisme Hoewel er ook onderlinge verschillen zijn, worden Oost-Aziatische landen als China, Japan, Zuid-Korea, Taiwan, Hong Kong en Singapore alle gekenmerkt door een
Similar documents
View more...
Search Related
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks
SAVE OUR EARTH

We need your sign to support Project to invent "SMART AND CONTROLLABLE REFLECTIVE BALLOONS" to cover the Sun and Save Our Earth.

More details...

Sign Now!

We are very appreciated for your Prompt Action!

x